Energietekort door weggeven ervan

Alles voor een ander over hebben

energietekort & kluizenaarshart

Geschreven augustus 2011; laatste bewerking november 2022

Waardoor geven mensen zichzelf weg zodat er een energietekort ontstaat?



Tijdens de feestdagen (art. 143) zijn er telkens weer een fiks aantal mensen uit balans geraakt door teveel aan anderen te denken (of om voor hen te zorgen) en minder aan zichzelf.

Raak jij ook snel uit balans? Neem dan jezelf komend jaar eens voor om méér aandacht te besteden aan balans tussen de energiestromen van geven en ontvangen, want daar zijn de 'helpers' onder ons nog niet zo sterk in. Onderstaand artikel helpt je erbij.

  • Herken verschillende beweegredenen om te geven.
  • Tien tips om een goede ontvanger te worden.

De meeste van ons hechten eraan om aardig over te komen. Daarom geven we liever (aandacht, tijd, spullen, geld) dan onaardig of egoïstisch te lijken. Maar wat zijn de gevolgen van het jezelf weggeven tot er een tekort ontstaat?

Geven! Dat doen we natuurlijk allemaal en vooral de 'helpers' onder ons, maar door dit teveel te doen, komen zijzelf tekort. Ze komen niet alleen zelf tekort, maar anderen krijgen niet de gelegenheid aan hen iets te geven en dat leidt tot scheve verhoudingen.

Mogelijk herken je een van deze 7 manieren om jezelf weg te geven:


  • Je zorgt voor je oude ouders, je gezin, en hebt ook nog een (vrijwilligers)baan.
  • Geld is voor jou eigenlijk niet belangrijk en ziet het zeker niet als energie.
  • Je ziet verjaardagen en feestdagen als morele verplichtingen. Je zou ze het liefst vermijden, (te druk) maar doet toch mee en daarmee geef je jezelf (je energie) weg.
  • Je schiet snel geld voor aan iemand die zijn portemonnee vergeten heeft en wimpelt het weg als ze hun schuld komen betalen of om een tikkie vragen.
  • Op het terras ben jij degene die meteen de rekening betaald. Je leent veel uit en ziet meteen andermans noden waaraan je tegemoetkomt.
  • Je zegt geen nee als iemand je om een dienst vraagt, ook al heb je er eigenlijk geen zin in. Je negeert hierbij je eigen behoeftes ten gunste van een ander.
  • Je geeft iemand nogmaals - lees gratis - een behandeling als die zegt dat jouw aanpak niet werkte.

Je geeft jezelf op deze manier weg, terwijl er te weinig voor terug komt, het gevolg ervan is onbalans.


balans

Dat energietekort bij veel mensen voorkomt heeft niet alleen met het geven te maken, maar vooral met het NIET kunnen ontvangen. Daarin zijn veel meer mensen geblokkeerd. Geven en ontvangen zijn energiestromen in en uit. Als je te lang uitademt, krijg je zuurstofgebrek. Zo ook met geven. Als je dat te veel doet zonder voldoende te ontvangen, kom je energietekort. Veel ziektes vormen daarin hun basis zoals vermoeidheid, depressie (art. 20), burn-out, slapeloosheid (art. 1) en angsten (art. 105).

Er zijn verschillende beweegredenen om te geven:

    1. Gemotiveerd geven. Dit is het geven van tijd en energie vanuit een betrokkenheid en zorgvuldigheid, omdat weggooien een doodzonde is, of iets belangrijks verloren dreigt te gaan. Denk eens aan iemand met een (onbespoten)pruimenboom, wat moet hij/zij met al die pruimen? Liever weggeven dan weggooien want voor de verkoop zijn ze niet geschikt. Denk ook eens aan Kringloopwinkels, Natuurbehoud organisaties die bij deze eigenschap profijt heeft. Bij deze vorm van geven zijn de energiestromen wel in balans. 

    2. Geven om te verdienen. De hele werkende bevolking heeft er zo’n beetje mee te maken. Je geeft energie (werk), doet ergens moeite voor en je wordt ervoor riant beloond. Niks mis mee zou je denken. Het gaat pas fout als er te weinig verdiend wordt in verhouding van de geleverde bijdrage/prestatie, hierdoor ontstaat er ongenoegen. Het geeft herinneringen aan het zuigelingenstadium, waarbij sommige baby's veel moeite hadden om te krijgen wat ze nodig hadden (voeding, liefde, aandacht). Dit werd door het babybewustzijn opgepakt als; 'ik krijg het niet vanzelf'. Hij/zij ontwikkelt een soort 'voor wat hoort wat' gevoel en kan daarna alléén maar ontvangen als het écht is verdiend. Dus zomaar iets krijgen is ondenkbaar en daarmee is de ontvangende energiestroom geblokkeerd. Het geven van tijd en inspanning van een vrijwilliger aan bijvoorbeeld een sportclub moet wel waardering van anderen krijgen (verdienen). Blijft die waardering (beloning) uit, dan zoekt de vrijwilliger een ander project.

    3. Geven vanuit een soort goeiigheid en overvloed. Het geld is niet belangrijk en een ander wordt ook wat gegund. Deze gulle gever ziet graag een ander gelukkig. Deze gevers leven in een overvloed aan energie, dat hoeft geen materie te zijn. Een ruimhartige gulle lach is ook energie geven. Bij deze gevende vorm zal niet gauw een tekort ontstaan. Deze allemansvriend kan zich niet voorstellen dat er mensen zijn die geven om te krijgen, hij heeft immers niet veel nodig, hij/zij heeft overvloed.

    4. Geven om te krijgen. Dit komt voort vanuit een eigen tekort. Karig iets geven in de hoop véél terug te krijgen. Dit zijn ook de klanten die zeggen dat ze geen baat hebben van jouw behandeling (zelf er niets voor deden, lieten of adviezen opvolgden) in de hoop dat jij hen met nóg meer aandacht en helemaal gratis opnieuw zult behandelen of een gratis cursusplaats aanbiedt. Dit gedrag is ontstaan bij de lui aangelegde kleuter. Die kwam erachter dat het makkelijker was als anderen alles voor hem deden. Dat luie gedrag kon echter niet openlijk. Ze ontwikkelden een tactiek waarbij ze ogenschijnlijk gaven, maar met de doelstelling om te krijgen. Deze gever zal niet zo gauw zichzelf weggeven tot er een tekort ontstaat. Ze zorgen er immers voor dat ze via het geven gevuld worden. Veel mensen voelen deze onzuivere gift aan en blijven bij zo’n persoon (of organisatie) op hun hoede.

    5. Geven vanuit een onbewuste minderwaardigheid. Een andere blokkade in die energiestromen van geven en ontvangen komt door minderwaardigheidsgevoelens en vastgelopen overtuigingen. Al in een vroeg stadium (peuter) worden sommige kinderen duidelijk gemaakt dat ze niet gewenst zijn, het verkeerde geslacht hebben, niet zo belangrijk zijn als de opvoeders, dommer zijn, niks kunnen, kortom een doelwit van negatieve opvattingen over hen. Ze ontwikkelden verlatingsangst (art. 55) en angst voor afwijzing, in de steek gelaten te worden en te falen. Het kinderbewustzijn ontkomt er niet aan. Het gaat geloven dat ze niet de moeite waard is. Het ontvangen van energie, dat iemand zomaar iets voor hen over heeft omdat die hen wél de moeite waard vindt, wordt met argwaan bejegend. Dit is vooral de groep die de grootste kans op tekorten heeft.

Genoeg manieren van geven, de ene manier is zuiverder dan de andere, maar het blijft geven.
  

Tien tips om een goede ontvanger te worden en ter voorkoming van tekorten (burn-out, depressie):

  • Geef anderen de kans om ook wat te doen.
  • Beperk je gevende activiteiten.
  • Zie geld als een energiestroom die ook jouw richting uit kan komen.
  • Laat jouw portemonnee eens wat langer in je zak/tas en leen wat minder snel uit.
  • Wimpel de mensen die hun schuld willen terugbetalen niet weg.
  • Kom erachter waarom je ja zegt en leer nee zeggen.
  • Verwen jezelf. Ontvang regelmatig massages (als je je dit prettig vindt).
  • Vraag een hoger tarief als je een eigen praktijk hebt.
  • Neem geen klanten aan als je moe bent en behandel niet opnieuw (gratis) omdat ze zeggen dat het niet hielp.
  • Werk aan je onbewuste ervaringen en overtuigingen.
Het kan heel wat ellende voorkomen als er balans is tussen de energiestromen. Zorg daarom dat er na een gevende periode - bijvoorbeeld als mantelzorger van ouders - er een vullende ontvangende periode aanbreekt.


LEES OOK: Weg rust! (art. 104).





Ria Feskens, Serenora,

 

website ontwerp (1999) door J.A. Software, alle bewerkingen in eigen beheer 2022, Ria Feskens webhosting, Domeinstad